EPAL (Lisbon) and KWR establish cooperation in science and technology

110713_epal_cavlar_klein

Photo, fom left to right: Melanie Tankerville (KWR), Nazaré Lopes Rebola, Vera Lucia Meira Marmelo and Luís Manuel Lourenço Mendes (EPAL).

 

EPAL (Drinking water utility in Lisbon) and KWR Watercycle Research Institute have signed a Memorandum of Understanding (MoU) to establish cooperation in science and technology. The MoU will focus on drinking water quality and asset management. EPAL has recently opened new laboratory facilities. In order to fully exploit the advanced laboratory facilities, EPAL would like to develop a research programme to understand critical water quality issues in the water supply chain. This should be part of the risk assessment and risk management procedures (Water Safety Plan) that EPAL has in place.

 

The MoU fits within the KWR strategy to support watercycle stakeholders in Europe who wish to improve their service to customers and society in general by providing them with the most relevant and high level technical and socio-economic scientific knowledge and evidence-based best practices and policies.

 

Network analysis with Cavlar

In the first area of cooperation, EPAL employees visited KWR to discuss and use the CAVLAR model to analyse the drinking water network in Lisbon (see photo). EPAL supplied EPANET models and data from various networks within Lisbon, which were then analysed using CAVLAR during the visit. CAVLAR was used to determine the most critical valves in the networks; this information was then used to quantify the advantages of a targeted valve management programme. CAVLAR was shown to be a useful tool in network analysis and further discussions around the potential application of CAVLAR within EPAL will take place.

 

Other areas of research carried out by the Water Infrastructure team at KWR were also discussed such as network flushing programs (including a presentation by Peter Schaap from PWN), network sensor locations and USTORE (a shared uniform network failure registration system).

Job offer at KWR-partner in Germany IWW (Mühlheim): Communications professional to help disseminating TRUST knowledge

Click here to download:
IWW Job Offer Science Journalist.pdf (146 KB)

Contact
Dr. David Schwesig, Forschungskoordinator
IWW Rheinisch-Westfaelisches Institut für Wasser
Moritzstr. 26, D-45476 Muelheim an der Ruhr
http://www.iww-online.de, email: d.schwesig@iww-online.de
Phone: +49 208 40303-0, -215

Wim van Vierssen van KWR in Waterspecial De Telegraaf: "Kennisdelen door samenwerking"

Vraag: Waarom is samenwerking tussen waterbedrijven nodig?
Antwoord: “Alleen gezamenlijk kun je oplossingen bedenken voor toenemende problemen.”

 

Wim_van_vierssen_wiilem_hoogendoorn_webformat
Draai i n Nederland een kraan open, en er stroomt water uit dat tot het schoonste van de wereld behoort. Het is goedkoop en overal beschikbaar. Maar daar komt heel wat bij kijken. Waterbedrijven lopen tegen verschillende problemen aan, vertelt prof. dr. Wim van Vierssen, directeur van KWR Watercycle Research Institute in Nieuwegein. “De voorraden grondwater in de wereld raken uitgeput. Op sommige plaatsen is het grondwater al tot zo’n tien meter gezakt. En oppervlaktewater bevat allerlei stoffen die je er eerst uit moet halen. Bijvoorbeeld producten uit de cosmetica, die onder de douche van het lichaam afspoelen. Of resten van medicijnen, die met de ontlasting door het toilet worden gespoeld. Het is ingewikkeld om al die stoffen uit het water te halen.”

Nederland heeft veel kennis en ervaring op het gebied van drinkwater. Hier is de drinkwatersector goed en efficiënt georganiseerd. Dat is lang niet overal zo. Directeuren van drinkwaterbedrijven zien dat met eigen ogen tijdens werkbezoeken in het buitenland. “Zo waren we in 2009 in Barcelona, waar in de zomer van 2008 problemen waren geweest met de watervoorziening”, vertelt Van Vierssen. “In de haven had een boot gelegen vol met water dat Spanje had gekocht van Frankrijk. Water in een boot, in 2008! Dan zie je dat er nog veel aan de hand is in Europa. Lang niet alle systemen voldoen aan de eisen van deze tijd. Maar problemen zijn niet in één dag opgelost.”

Nederland heeft ook veel innovatieve bedrijven. Zij willen graag hun kennis exporteren. Dat gaat het beste als je met anderen samenwerkt. Daarom is met vier Europese instituten een netwerk gevormd: ARC (Aqua Research Collaboration). Het doel is om gezamenlijk kennis in Europa in te zetten.

Maar Europa is groot en kent veel verschillende gebieden met een eigen drinkwaterproblematiek. Zo hebben grote steden grote waterinstallaties die intensief worden gebruikt. En in streken die ontvolkt raken, kan een drinkwaternetwerk stil komen te liggen. Dat vraagt een gemeenschappelijke aanpak, verklaart Van Vierssen. “Hoe regel je bijvoorbeeld de watervoorziening naar een afgelegen plek waar zeven mensen wonen? Of wat doe je met een drinkwaternetwerk dat maar half gebruikt wordt? Tegelijkertijd worden de kwaliteitseisen in Europa steeds strenger.”

Specifieke mogelijkheden
Naast dorpen en steden zijn gebieden zoals industriegebieden en vliegvelden erg interessant. Die bieden vaak specifieke mogelijkheden. Een voorbeeld: “Fosfaat wordt schaars, maar je kunt het uit urine terugwinnen en weer in de landbouw gebruiken. Terugwinnen is het meest efficiënt op een plek waar veel mensen bij elkaar zijn. Een vliegveld is zo’n plek. Dat is dus bij uitstek een plaats voor deze recycling.”

Met de vier ARC-partners (in Spanje, Portugal, Duitsland en Noorwegen) wordt inmiddels gezamenlijk onderzoek gedaan. Het idee is dat niet iedereen voor zichzelf bezig is, maar dat taken worden verdeeld en de partijen doen waar zij het beste in zijn. Rond drinkwater zijn inmiddels drie grote Europese projecten opgestart. Het gaat niet alleen om onderzoek, maar ook om de toepassing van de resultaten daarvan. Dat laatste is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van partijen, vindt Van Vierssen. “Het gaat immers over iets heel basaals als de volksgezondheid. Dat is geen sector voor competitie. Oplossingen moeten goed zijn en partijen zoals technologiebedrijven, kennisinstellingen en gebruikers moeten willen samenwerken. Dan kun je iets bereiken.”

De eerste stappen voor internationale samenwerking zijn dus gezet. “Maar”, zegt Van Vierssen er meteen bij, “we kunnen en willen met vijf instituten niet alle kennis in Europa regelen. In heel Europa zijn misschien wel veertigduizend bedrijfjes bezig met de waterketen. Vaak zijn dat kleine bedrijven die heel lokaal werken. Daarom stimuleren we gezamenlijke onderzoeksprogramma’s met lokale onderzoeksinstituten. Dat is nodig, want de problemen zullen toenemen, niet in de laatste plaats door de klimaatsverandering. Alleen door samenwerking kan je daarvoor oplossingen bedenken.”