
Een inspirerende sessie over burgerparticipatie en de mogelijkheden van GIS hierbij. De spreker noemt een fasering, die begint bij publieksinformatie (eenrichting) via (terug)meldingen naar burgerengagement. Belangrijk punt is dat de feedback die de burger levert, gekoppeld moet worden aan de interne bedrijfsprocessen of (met andere woorden) een burgerparticipeerproces wordt onderdeel van je bedrijfsprocessen.
Daarbij is de boodschap van ESRI om het (Arc)GIS niet als een applicatie te zien, maar als platform. Daarbij de vraag stellend welke bedrijfsprocessen ondersteund worden door een geocomponent. Dit komt in elke presentatie die door Esri wordt verzorgd terug. Ook tijdens een geanimeerd gesprek met de ESRI-staf van de sector water/wastewater. Daarbij worden ook andere strategische uitgangspunten die ESRI heeft toegelicht. Integratie, een toegangspunt, stakeholderbenadering en -fundament zijn sleutelwoorden. ESRI is duidelijk aan het verbreden en probeert daarmee een oplossing te bieden die alle bedrijfsprocessen op allerlei manieren ondersteunt.
Karin Rood (Dunea)
Een lang gekoesterde wens binnen de afdeling Duinbeheer van Dunea is om het aantal incidenten (overtredingen) in GIS vast te leggen. Nu wordt dit alleen nog maar administratief gedaan. Door dit te verwezenlijken is het duintoezicht gerichter in te zetten en zelfs preventief als ook andere variabelen als seizoen, jaarlijkse evenementen, langetermijnweervoorspellingen en calamiteiten doorberekend kunnen worden en 'hotspots' op kaart genereren. Duinwachters zijn dan efficiënter in te zetten als voorspeld kan worden waar het meeste toezicht nodig is.
Managing Wildfire Risks with GIS
Deze sessie gaat over verzamelen, analyseren, karteren en publiceren van GIS-data over potentiele bosbrandgevaarlijke gebieden en de daarmee verbandhoudende impact op economische-, sociale- en ecologische gevolgen visualiseren van potentiële bosbranden. De gegevens zeggen niets over het bestrijden van eventuele branden. Via webportals kunnen brandweer (die heeft een eigen ingang) en bewoners geoinformatie raadplegen over de 'wildfire risks'. Bewoners kunnen via de portal doorklikken naar een site met tips voor het verlagen van het risico als hun huis in zo'n gebied staat.
Wat opvalt aan de basis dataset is dat remote vegetatie opnamen worden gebruikt, zoals Dunea die ook gebruikt voor het bepalen van vegetatietypen. Maar in dit geval dient het om te bepalen hoeveel brandstof (Fuel) er in de vegetatie aanwezig is. Het terug dringen van 'Fuel' en dus het 'Risk' kan bijvoorbeeld door het inzetten van begrazing die veel biomassa wegeet. Een leuke parallel tussen ons natuurbeheer in Nederland met veel begrazingsgebieden en het onbedoeld verlagen van risico's op grote natuurbranden.
Kijk voor een demo hier: http://www.texaswildfirerisk.com/Map
Gijs ten Napel (Dunea)
De workshop van Tom Brenneman en Lloyd Heberbie is gericht op het maken van een keuze voor een mobile oplossing voor gebruikers in het veld. Met behulp van een aantal uitgangspunten, zoals gebruik(er), financiële ruimte en keuze van apparaat, is te bepalen wat een goede oplossing kan zijn. Natuurlijk is deze workshop geheel gericht op de ESRI-producten, maar dat neemt niet weg dat dit ook voor andere GIS-leveranciers geldt. Er is keuze tussen webgeoriënteerd en apparaatgeoriënteerd mobiel GIS. Aan beide kleven voor en nadelen.
Webgebaseerd vs apparaatgebonden
Webgebaseerd GIS heeft als grootste voordeel dat de ontwikkeling van applicaties platformonafhankelijk is. Immers, de broncode is in JAVA en elk apparaat dat JAVA ondersteund kan die applicaties gebruiken. Daardoor is het veel goedkoper dan de apparaatgebonden applicaties. De apparaatgebonden applicaties daarentegen zijn veel uitgebreider, omdat de GIS-applicatie gebruik kan maken van data en functionaliteiten op het apparaat, zoals E-mail, camera en agendafuncties. Bovendien is de ontwikkeling van apps (App store) een sterk groeiende markt. Nadeel is dat er hogere kosten aan de ontwikkeling van de apps verbonden zijn. ArcGIS mobile in combinatie met Ipad (IOP) en IPhone was de basis waarop de getoonde demonstraties plaats vonden.
Hout beter certificeerbaar, dankzij GIS
Data-analyst Steven Cyphers (AUS) heeft GIS-dataset opgebouwd die gegevens bevat van bomen die door een processor (Harvester) uit het bos zijn geoogst. In de bosbouwmachines van onder andere John Deer zijn (standaard)data loggers geïnstalleerd die de oogstproductie bijhouden. Door er een GPS-ontvanger aan toe te voegen, die aan de processorarm is gemonteerd, is van iedere boom apart te bepalen waar hij heeft gestaan, hoe lang (hoog) hij was, wat het verloop (tapper) van de stam is, welke sortimenten er uitgezaagd zijn, het volume, diameter (dichtheid toekomst).
Maar wat heb je aan deze gegevens? De boom/het hout is nu te volgen vanaf oogst tot eindproduct en daardoor certificeerbaar. Door de lengtemeting in het veld kan, met aanvulling van Lidar een veel nauwkeuriger DTM gemaakt worden. De exacte meting en locatie van de hoeveelheid hout draagt bij aan de verbetering van de CO2-problematiek. In combinatie met terreingegevens en bodemgegevens valt achteraf, en dus voor de toekomst, beter te bepalen welke houtsoort waar het meest opbrengt.
Gijs ten Napel (Dunea)
Het project
Er was vanaf 1920 een basis vegetatieopname beschikbaar. Deze analoge kaarten zijn ingescand (*.tif) en met fotoverbeteringsprogramma's als Photoshop verbeterd. Daarna zijn ze in ArcGIS geanalyseerd, zodat er een digitale vegetatieopname uit 1920 beschikbaar kwam. Deze gegevens konden uiteindelijk weer gecombineerd worden met recente remote sensing en IR fotografische data. Hierdoor kon na de laatste brand gericht herplant plaatsvinden in het gebied. Het gevolg: duurzaam bosbeheer en snel herstel van de gevolgen van bosbrand. Voordeel was de terugkeer van de inheemse boomsoort en bijbehorende biodiversiteit.
A different kind of virtual reality: desktop virtualization broadens access to GIS.
Het hoofdthema van deze lezing was het virtualiseren van ArcGIS voor studenten. Studenten beschikken niet over voldoende geld, gebruiken verschillende platforms, werken met verschillende versies van ArcGIS (9 of 10) en beschikken vaak over apparaten die 3 tot 5 jaar oud zijn en niet geschikt voor zware applicaties. Voor het virtualiseren van ArcGIS gebruiken universiteiten en hogescholen technieken zoals VMWare, die we bij Dunea ook kennen voor het telewerken. Universiteiten en hogescholen stellen tot een maximum van 40 a 50 licenties ArcGIS op een dedicated GIS-server ter beschikking voor de studenten. In de praktijk blijkt dat ruim voldoende te zijn. Het grote voordeel is dat op elke gewenste plek, waar WiFi met voldoende bandbreedte beschikbaar is, de student kan werken (HNW). Tevens hoeven de studenten niet meer naar de universiteit of hogescholen toe te komen om daar op desktops aan hun GIS-projecten te werken. Door deze ontwikkelingen hoeven scholen geen dure lokalen (GIS-Labs) meer te onderhouden waar desktops staan opgesteld. Deze GIS-labs verdwijnen dan ook en hierdoor blijft er weer meer geld over voor het onderhoud en verbetering van de Virtuele GIS-server. Scholen en universiteiten met weinig financiële ruimte hebben partners, zoals Esri, om te helpen bij de ontwikkeling en implementatie van deze techniek.
Gijs ten Napel (Dunea)
Woensdag 13 juli heb ik een SDI-Sessie gevolgd op het ESRI-congres. SDI staat voor Spatial Data Infrastructure. Met een (nationaal of internationaal) SDI creëer je mogelijkheden om data en informatie te delen. Hiervoor wordt een set van regels en standaarden gedefinieerd. Voor Nederland geldt Inspire, dit is de Europese SDI. Als je je realiseert dat 70% van het water in Europa afkomstig is van transnationale rivieren, dan is duidelijk dat informatie delen tussen landen en Europese afspraken nodig zijn. Terwijl in Europa vooral die grensoverschrijdende problematiek speelt, hebben andere gebieden weer andere redenen voor SDI, zoals sociale of economische redenen.
Woensdag 13 juli heb ik een sessie bijgewoond op het ESRI-congres over het gebruik van mobiel GIS voor het grote publiek. Las Vegas wil zijn burgers Apps aanbieden voor het communiceren met de lokale overheid. Wil je kapotte straatverlichting melden of je rijbewijs verlengen, dan kun je dat prima met een App doen, is het idee. Het is wel moeilijk om alle onderdelen van de lokale overheid zo ver te krijgen dat ze dezelfde Apps aanbieden en de gegevens, ontwikkelingen en kosten delen, ondanks de duidelijke voordelen voor zowel de overheid als de burgers. De techniek is er, de organisatie is het grootste obstakel. Klinkt niet onbekend...
De middagsessie ging over de integratie van GIS en mobiele technologie in workflows. In Philadephia is eerst een onderzoek gedaan naar de hardware, en voor rough mobile computer Intermec CN3 gekozen. Compact, grote toetsen, kan tegen een stootje, heeft GPS en extra accessoires zoals mobiele printer en barcodescanner. Deze apparaten worden gebruikt voor het project waarin alle stoplichten worden vervangen door LED-lampen. Het gaat om het bijhouden van het vervangen en tegelijkertijd verzamelen van de locatiegebonden informatie (niet over de besturing van de stoplichten).
Andere voorbeelden van het gebruik van dergelijke techniek zijn de lokale overheid in Mesa, Arizona. Die wil graag transparant zijn over de lopende projecten voor de verbetering van de stad. Deze informatie is voor de burgers onder andere beschikbaar via smartphones. En een afvalverwerkingsbedrijf uit Los Angeles heeft nieuw systeem voor het bijhouden en achterhalen waar het afval vandaan komt.
In de laatste sessie werd een demo gepresenteerd van een tool voor het registreren van infrastructuur, door NYC Environmental Protection. Opmerkelijk was dat ze voor het publiceren van de gegevens een aparte publicatiedatabase (read-only) gebruiken, waardoor de databronnen beveiligd blijven. Daarna hielden Rob de Bont en ik een presentatie over de functionele GIS-visie 2015 van Dunea.
Maja Jakobik (Dunea)
Maandag 11 juli ging het ESRI-congres van start met een plenaire sessie. Indrukwekkend om te zien hoe 15.000 mensen in een hele grote zaal luisterden naar Jack Dangermond, de president van ESRI, die vertelde over het gebruik van ArcGIS Online. Hiermee kan iedereen heel gemakkelijk kaarten raadplegen. Die kaarten kan je met ArcGIS Desktop simpel in de ‘cloud’ publiceren. In de nieuwe versie van ArcGIS is ook de mogelijkheid aanwezig om een specifieke omgeving voor je bedrijf op te zetten (hosting and portals for organisations), zodat je voor allerlei gebruikersgroepen binnen je bedrijf kaarten kunt klaarzetten. Daarbij zit ook een document dat de methode beschrijft waarmee de kaart tot stand gekomen is. Ideaal binnen onze datagroep, we kunnen dan veel gemakkelijker projecten overdragen. Ook de ontwikkeling van basemaps, zoals de ondergrond van het Kadaster, gaat steeds verder en wordt binnenkort beschikbaar.GIS als platform
Dinsdagochtend 12 juli volgde ik een lezing over het opzetten van een stategisch GIS-plan. De boodschap was hier: zie GIS niet als een applicatie, maar als een platform. Ga uit van de procedures en workflows binnen het bedrijf en ga na welke bedrijfsprocessen met een geocomponent ondersteund kunnen worden. Daarna hadden we een meeting met mensen van ESRI uit de Verenigde Staten die zich specifiek bezig houden met water utilities. Ze begrepen heel goed dat veel bedrijven hun Asser-sheet onder Smallworld blijven houden. De toegevoegde waarde van ESRI ligt dan op het gebied van analyses, kaarten maken en publiceren, en een integrale ondersteuning van het mobiele proces. Als tip gaven ze ons mee om eens naar het waterleidingbedrijf in Las Vegas te kijken. Laat dat nou ook in onze planning voor deze GIS-studiereis staan!Spui app
Dinsdagmiddag heb ik een erg nuttige applicatie gezien om spuiwerkzaamheden te ondersteunen. Deze was ontwikkeld voor een smartphone en zag er simpel uit, heel werkzaam dus voor de monteurs. De interface was zo opgezet dat de workflow goed ondersteund werd, de knoppen moesten volgordelijk gebruikt worden. Het is natuurlijk wel een webapplicatie, dus je moet wel draadloos bereik hebben, maar in de praktijk is er bijna altijd een GPRS-verbinding beschikbaar. Het project kostte 50.000 dollar en 6 maanden, dus heel behapbaar. Heb je eenmaal zoiets opgezet, dan kan je met een veel kleinere inspanning nog meer ondersteuning bieden, zoals afsluitercontroles.Projectmanagement GIS-project
Woensdagochtend was er een lezing over projectmanagement van een GIS- project. De belangrijkste conclusie was wel om ICT in een vroeg stadium bij het project te betrekken. Vaak komen er externe verbindingen en veiligheidsaspecten in beeld, en dan wil ICT wel eens kritisch zijn (vaak terecht). Dat heb ik destijds zelf ervaren met het project Mobiel GIS, maar dat ging bij het WION-project al veel beter.Vanavond hebben we een diner op een boot, georganiseerd door ESRI Nederland. We maken dan een rondvaart door de haven van San Diego. Ach, af en toe iets leuks mag wel na dagen van inspannende sessies.Ferdinand Zoutendijk (PWN)