Viering Wereldwaterdag 2011 in Delft met Thema 'Urban challenges for WASH' (Water, Sanitatie en Hygiëne)

De Nederlandse viering van de Wereldwaterdag 2011 vond plaat in Delft met een uitgebreid middagprogramma. Het thema was 'Urban challenges for WASH (Water Sanitatie en Hygiëne). Met drie verschillende sessies kwamen verschillende onderwerpen aan bod. Zo heb ik korte presentaties gezien over het platform 'Dutchwatersector.com', Wereldwaternet, Nutriënten Platform, business in Vietnam, Brightwater Company en het nieuwe Delft Urban Water center. Centraal thema is wel samenwerken, met verschillende disciplines. Zo wil het Dutchwatersector platform laten zien dat Nederland goed is in water en die koppositie wil versterken door nieuwe projecten in het buitenland. Wereldwaternet werkt door middel van WOPs, water operator partnerships, samenwerkingsrelaties met lokale water operators.

 

In een andere sessie werden presentaties gegeven in de vorm van 'TED'-sessies, waarbij TED staat voor 'Technology Entertainment Design'. IBM, Royal Haskoning en TU Delft gaven interessante enthousiaste presentaties over water en ICT. IBM deed een oproep voor open data. Royal Haskoning richt zich op het ontwikkelen van applicaties, om alle verzamelde data zo goed mogelijk te gebruiken. Voorbeelden zijn uiteraard applicaties die ontwikkeld zijn voor de iPad en iPhone. Rolf Hut van TU Delft liet zien hoe belangrijk nerds zijn voor het ontwikkelen van applicaties. Tegenwoordig kunnen kinderen van een jaar of twaalf een sensor maken die regendruppels registreert. Hiermee kunnen regenbuien dan beter worden geregistreerd en wateroverlast worden voorkomen. 
 
dr. ir. Marthe de Graaff - scientific researcher, MSc, PhD
KWR, team Industrie, Afvalwater & Hergebruik

Wim van Vierssen van KWR in Waterspecial De Telegraaf: "Kennisdelen door samenwerking"

Vraag: Waarom is samenwerking tussen waterbedrijven nodig?
Antwoord: “Alleen gezamenlijk kun je oplossingen bedenken voor toenemende problemen.”

 

Wim_van_vierssen_wiilem_hoogendoorn_webformat
Draai i n Nederland een kraan open, en er stroomt water uit dat tot het schoonste van de wereld behoort. Het is goedkoop en overal beschikbaar. Maar daar komt heel wat bij kijken. Waterbedrijven lopen tegen verschillende problemen aan, vertelt prof. dr. Wim van Vierssen, directeur van KWR Watercycle Research Institute in Nieuwegein. “De voorraden grondwater in de wereld raken uitgeput. Op sommige plaatsen is het grondwater al tot zo’n tien meter gezakt. En oppervlaktewater bevat allerlei stoffen die je er eerst uit moet halen. Bijvoorbeeld producten uit de cosmetica, die onder de douche van het lichaam afspoelen. Of resten van medicijnen, die met de ontlasting door het toilet worden gespoeld. Het is ingewikkeld om al die stoffen uit het water te halen.”

Nederland heeft veel kennis en ervaring op het gebied van drinkwater. Hier is de drinkwatersector goed en efficiënt georganiseerd. Dat is lang niet overal zo. Directeuren van drinkwaterbedrijven zien dat met eigen ogen tijdens werkbezoeken in het buitenland. “Zo waren we in 2009 in Barcelona, waar in de zomer van 2008 problemen waren geweest met de watervoorziening”, vertelt Van Vierssen. “In de haven had een boot gelegen vol met water dat Spanje had gekocht van Frankrijk. Water in een boot, in 2008! Dan zie je dat er nog veel aan de hand is in Europa. Lang niet alle systemen voldoen aan de eisen van deze tijd. Maar problemen zijn niet in één dag opgelost.”

Nederland heeft ook veel innovatieve bedrijven. Zij willen graag hun kennis exporteren. Dat gaat het beste als je met anderen samenwerkt. Daarom is met vier Europese instituten een netwerk gevormd: ARC (Aqua Research Collaboration). Het doel is om gezamenlijk kennis in Europa in te zetten.

Maar Europa is groot en kent veel verschillende gebieden met een eigen drinkwaterproblematiek. Zo hebben grote steden grote waterinstallaties die intensief worden gebruikt. En in streken die ontvolkt raken, kan een drinkwaternetwerk stil komen te liggen. Dat vraagt een gemeenschappelijke aanpak, verklaart Van Vierssen. “Hoe regel je bijvoorbeeld de watervoorziening naar een afgelegen plek waar zeven mensen wonen? Of wat doe je met een drinkwaternetwerk dat maar half gebruikt wordt? Tegelijkertijd worden de kwaliteitseisen in Europa steeds strenger.”

Specifieke mogelijkheden
Naast dorpen en steden zijn gebieden zoals industriegebieden en vliegvelden erg interessant. Die bieden vaak specifieke mogelijkheden. Een voorbeeld: “Fosfaat wordt schaars, maar je kunt het uit urine terugwinnen en weer in de landbouw gebruiken. Terugwinnen is het meest efficiënt op een plek waar veel mensen bij elkaar zijn. Een vliegveld is zo’n plek. Dat is dus bij uitstek een plaats voor deze recycling.”

Met de vier ARC-partners (in Spanje, Portugal, Duitsland en Noorwegen) wordt inmiddels gezamenlijk onderzoek gedaan. Het idee is dat niet iedereen voor zichzelf bezig is, maar dat taken worden verdeeld en de partijen doen waar zij het beste in zijn. Rond drinkwater zijn inmiddels drie grote Europese projecten opgestart. Het gaat niet alleen om onderzoek, maar ook om de toepassing van de resultaten daarvan. Dat laatste is een gemeenschappelijke verantwoordelijkheid van partijen, vindt Van Vierssen. “Het gaat immers over iets heel basaals als de volksgezondheid. Dat is geen sector voor competitie. Oplossingen moeten goed zijn en partijen zoals technologiebedrijven, kennisinstellingen en gebruikers moeten willen samenwerken. Dan kun je iets bereiken.”

De eerste stappen voor internationale samenwerking zijn dus gezet. “Maar”, zegt Van Vierssen er meteen bij, “we kunnen en willen met vijf instituten niet alle kennis in Europa regelen. In heel Europa zijn misschien wel veertigduizend bedrijfjes bezig met de waterketen. Vaak zijn dat kleine bedrijven die heel lokaal werken. Daarom stimuleren we gezamenlijke onderzoeksprogramma’s met lokale onderzoeksinstituten. Dat is nodig, want de problemen zullen toenemen, niet in de laatste plaats door de klimaatsverandering. Alleen door samenwerking kan je daarvoor oplossingen bedenken.”

Jacqueline Cramer wordt per 1 oktober hoogleraar aan de UU en directeur van het Utrecht Centrum voor Aarde en Duurzaamheid

Per 1 oktober 2010 is Jacqueline Cramer benoemd tot hoogleraar Duurzaam innoveren bij de faculteit Geowetenschappen van de Universiteit Utrecht. Tegelijkertijd wordt zij benoemd als nieuwe directeur van het Utrecht Centrum voor Aarde en Duurzaamheid (UCAD).

Hoogleraar Duurzaam innoveren
Als hoogleraar Duurzaam innoveren zal Cramer zich inspannen om onderwijs en onderzoek op het gebied van innovatie te combineren met duurzaamheid. Zij richt zich daarbij vooral op entrepreneurship. Haar speciale interesse gaat uit naar het stimuleren van ondernemerschap bij studenten, waarbij ze zich richt op het toepassen van kennis ten behoeve van nieuwe producten en/of diensten die bijdragen aan een duurzame ontwikkeling. Cramer was al eerder als hoogleraar verbonden aan de Universiteit Utrecht. In 2005 werd zij aangesteld als hoogleraar Duurzaam ondernemen. Twee jaar later vertrok zij echter om namens de Partij van de Arbeid als minister van VROM zitting te nemen in het vierde kabinet-Balkenende.

Directeur UCAD
Behalve haar hoogleraarbenoeming, zal Cramer per 1 januari 2011 ook benoemd worden tot directeur van het Utrecht Centrum voor Aarde en Duurzaamheid (UCAD). Zij neemt echter nu al geleidelijk de taken over van prof. dr. Klaas van Egmond, wetenschappelijk directeur van UCAD, die volgend jaar met emeritaat gaat.

Het UCAD is een samenwerkingsverband van de Universiteit Utrecht, TNO, Deltares, KNMI en KWR Watercycle Research Institute, waaraan ook het Planbureau voor de Leefomgeving en het RIVM meewerken. Het UCAD beoogt de aanwezige fundamentele en toegepaste kennis op het brede terrein van 'aarde en duurzaamheid' van de aangesloten partijen te bundelen en zo te komen tot een samenwerking van Europese en internationale allure. Tegelijkertijd is een belangrijk doel van het UCAD om de aanwezige kennis te vermarkten en samen te werken met private (industriële) partners en overheden, in binnen- en buitenland. Die kennis wordt daarmee beter bruikbaar gemaakt voor de maatschappij.

(Bron: Universiteit Utrecht Perscommunicatie, (030) 253 3550, perscommunicatie@uu.nl)