ontwikkelt in het SAWA-project toxiciteitssensor voor water obv genetisch gemodificeerde bacteriën mbv bio-luminescentie

Het ontwikkelen van sensoren voor het meten van drinkwaterkwaliteit. Daar draait het om in het project SAWA. Eind 2011 hebben de ontwikkelde sensoren verontreinigingen in oppervlaktewater gemeten, en lijken dus toegevoegde waarde te hebben voor de drinkwatersector.

Vijftien partijen - waaronder KWR Watercycle Research Institute - startten eind 2009 met het ontwikkelen van robuuste en kleine sensoren die online en continu stoffen in hele lage concentraties in het water kunnen meten. De ontwikkelde technieken worden in het speciaal ontwikkelde testcentrum SenTec bij Waterlaboratorium Noord (WLN) in Glimmen (Groningen) getest en vergeleken met de conventionele meetmethoden. Waterbedrijf Groningen maakt drinkwater uit het riviertje de Drentsche Aa. Het drinkwater wordt intensief gecontroleerd door WLN, in de toekomst wellicht met behulp van de sensoren die in het SenTec ontwikkeld zijn.  

 

Najaar 2011 kwam in een bovenloop van de Drentsche Aa per ongeluk een hoeveelheid mest terecht. Via de reguliere meetmethode was Waterbedrijf Groningen al op de hoogte van het incident en die legde de inname van oppervlaktewater tijdelijk stil. Van gevaar voor de volksgezondheid is geen sprake geweest. Ook de sensoren die in SenTec staan en onder andere het water van de Drentsche Aa als testwater gebruiken, namen een verandering in de oppervlaktewaterkwaliteit waar. Dankzij dit incident lijkt een eerste bewijs geleverd te zijn dat de waterkwaliteitsverandering door de sensoren haarscherp is vastgelegd, en tegen lagere kosten dan met de reguliere meetmethode. Een hoopgevend resultaat.  

Voor meer informatie over het project SAWAkijk op http://www.projectsawa.nl/ SAWA wordt mede mogelijk gemaakt door het Samenwerkingsverband Noord Nederland, het Ministerie van Economie, Landbouw en Innovatie en de Europese Unie. 

 

Wilt u meer informatie over SAWA en SenTec? Neem dan contact op met: Martha Buitenkamp (projectleider), E m.buitenkamp@anantis.nl, T +31 50 5272640 of M +31 6 21578477.

 

Contactpersoon bij KWR is wetenschappelijk onderzoeker Minne Heringa.

werkt met andere organisaties toe naar invulling van de nieuwe normstelling (door Min. I&M) voor zwemwater in zwembaden

Op 6 oktober is in Den Haag een korte workshop georganiseerd rondom het door KWR in juni opgeleverde rapport "naar een nieuwe normstelling voor zwemwater in zwembaden". Op basis van deze orienterende studie hebben zo'n 30 vertegenwoordigers van organisaties die actief zijn in de zwembadbranche gediscussieerd over de normstelling in de nieuwe Zwemwaterwet. Het ministerie I&M heeft de eerste contouren van de wet inmiddels geschetst en met deze workshop is de eerste stap gezet naar de invulling van een nieuw normstelsel voor zwemwater in zwembaden. Doelvoorschriften zullen daarbij het uitgangspunt vormen, maar aan die doelvoorschriften gekoppelde normvoorschriften lijken onvermijdelijk. De onlangs vanuit de KWR-netwerkgroep opgerichte Brancheorganisatie Zwembadtechniek zal een belangrijke rol gaan spelen bij het definieren van de nieuwe normen. De nieuwe Zwemwaterwet is voorzien voor medio 2013.

 

Frank Oesterholt, wetenschappelijk onderzoeker

KWR team Industrie, Afvalwater & Hergebruik

Eindrapport studie nieuwe normstelling zwembadwater: lees en discussieer mee over de nieuwe Zwemwaterwet!

Het ministerie van I&M werkt aan een nieuwe Zwemwaterwet ter vervanging van de bestaande WHVBZ. Ter ondersteuning heeft KWR in opdracht van het Ministerie ideeën geïnventariseerd voor het optimale beheer van de zwemwaterkwaliteit in zwembaden in de toekomst. Hiertoe zijn onder andere vijftien deskundigen binnen de zwembadbranche in Nederland geïnterviewd.

 

 De belangrijkste conclusies van dit onderzoek zijn:

 

  • Nieuwe wetgeving gebaseerd op alleen doelvoorschriften lijkt niet haalbaar omdat bij veel exploitanten kennis ontbreekt. Deze exploitanten hebben vooral behoefte aan concrete middel- en normvoorschriften.
  • Het beheer van zwembaden in het buitenland blijkt uiteindelijk ook vrijwel uitsluitend gebaseerd op middel- en normvoorschriften. 
  • Desondanks is dit een geschikt moment om met elkaar vast te stellen wat de doelen zijn ten aanzien van de gezondheidsrisico's van zwemmers in relatie tot de zwembadwaterkwaliteit als fundament voor de nieuwe regelgeving.
  • In de nieuwe regelgeving moet – ook bij het gebruik van uitsluitend middel- en normvoorschriften - ruimte worden ingebouwd voor technologische innovaties en zelfstandigheid van een beheerder.
  • Elk zwembad zou in de toekomst moeten beschikken over een 'zwembadveiligheidsplan' opgesteld conform de aanbeveling van de WHO, dat wil zeggen met goede procedures gericht op management en beheer.
  • Goede zwembadwaterkwaliteit gaat verder dan alleen waterbehandeling en monitoring, ook aspecten als de hygiëne van zwemmers buiten het bad, de hygiëne van speeltoestellen, het opstellen van trendanalyses en opleidings- en kennisniveau moeten worden geborgd in de nieuwe wetgeving.

 

De uitkomsten van deze studie, die onlangs zijn gerapporteerd, vormen de basis voor verdere discussie. Ook uw mening is daarbij van belang. Dus lees het rapport en discussieer mee, bijvoorbeeld op de LinkedIn Group van Brancheorganisatie Zwembadtechniek!

Duurzaamheid stedelijke waterketen af te leiden uit quick scan met 24 indicatoren (Vakblad H2O, nr 13, 2011)

De duurzaamheid van de stedelijke waterketen verbindt diverse belangen. Een eenduidige beschrijving van een duurzame waterketen, wat we ermee willen en hoe we de consequenties van onze keuzes zichtbaar maken, dragen bij aan de realisatie ervan. Daarom wordt hier een voorstel gepresenteerd voor een quick scan die de waterketen in stedelijke gebieden in beeld brengt aan de hand van 24 indicatoren voor waterzekerheid, waterkwaliteit, drinkwatervoorziening, zuivering, infrastructuur, klimaatrobuustheid van de bebouwde omgeving, biodiversiteit en aantrekkelijkheid van de woonomgeving en bestuurlijke aspecten. Op basis daarvan kunnen gerichte vervolgacties worden genomen. Rotterdam is als praktisch voorbeeld doorgerekend.  

Outlook
 

De duurzaamheid van de waterketen van Rotterdam aan de hand van 24 indicatoren. De scores lopen van 0 (middelpunt van de cirkel) tot 10 (omtrek). Scores van 5 en lager vergen aandacht.

 

Kees van Leeuwen,
Principal Scientist

Click here to download:
van LeeuwenFrijnsWezelVen.pdf (479 KB)

Gertjan Medema, Chief Science Officer bij KWR beantwoordt de vraag 'wat is gezonder: drinkwater of water uit flesjes?'

Hoe?Zo! Radio zond vrijdag 28 januari een kort vraaggesprek uit met Gertjan Medema, Chief Science Officer bij KWR Watercycle Research Institute en deeltijdhoogleraar Water en Gezondheid aan de TU Delft. In de rubriek 'Kettingvraag' werd hem de vraag gesteld 'Wat is gezonder: water uit de kraan of water uit een fles?' Zijn korte antwoord was 'even gezond', maar al doorvragend bleek daar toch meer over te zeggen. De flesjes zijn bijvoorbeeld veel belastender voor het milieu en de prijs voor een literfles water ligt een factor 500 hoger dan die voor eenzelfde hoeveelheid drinkwater uit de kraan.

Hoe?Zo! Radio is elke werkdag tussen 20.00 en 21.00 te beluisteren op Radio 5. http://hoezoradio.nl

KWR-onderzoeker Mirjam Blokker promoveert vanmiddag aan de TU Delft op modellering van waterverbruik op niveau van individuele huishoudens en utiliteitsbouw

101013_illustratie_mirjam_blok

 

Kennis over waterverbruik op het niveau van individuele huishoudens is uiterst waardevol voor het ontwerpen van nieuwe leidingen en installaties en voor de kwaliteitsbewaking van drinkwater. Tot die conclusie komt Mirjam Blokker, onderzoeker bij KWR Watercycle Research Institute. Zij promoveert op 15 oktober aan de TU Delft op het simulatiemodel SIMDEUM met haar proefschrift "Stochastic water demand modelling for a better understanding of hydraulics in water distribution networks". Met dit statistische eindgebruikersmodel is het mogelijk om een drinkwaterleidingnet tot in de kleinste details te modelleren. Dit levert nuttige informatie op over de effecten van gedragsverandering en besparende maatregelen op het waterverbruik en over de veranderingen van de waterkwaliteit tijdens het verblijf in het waterleidingnet, zonder dat daarvoor dure en moeilijk uitvoerbare meetcampagnes nodig zijn. 

Uit de studie van Mirjam Blokker blijkt dat het waterverbruik van mensen haarfijn te voorspellen is uit relatief simpele gegevens, zoals het aantal bewoners per huis, hun leeftijdscategorie, de gebruikte soorten waterverbruikende apparatuur (van douche en toilet tot wasmachine) in het huis en het totaalverbruik per jaar. Door deze gegevens in te voeren in SIMDEUM, ontstaat een zeer realistisch model van het stromingspatroon in de kleine distributieleidingen in de straat. Met dat model is bijvoorbeeld een goede studie te maken van de gecompliceerde waterkwaliteitsprocessen die vooral in deze kleine leidingen plaatsvinden. Omdat het model is gebaseerd op statistische informatie en niet op meetgegevens, is het inzetbaar in willekeurige distributienetten en in verschillende landen.

 

Vernieuwend
Het vernieuwende van de SIMDEUM methode is dat het waterverbruik van de huishoudelijke en andere aansluitingen wordt opgebouwd uit het functionele watergebruik in huis, bijvoorbeeld door kranen, douches, vaatwassers, WC's, etc. Met behulp van stochastische technieken (op basis van waarschijnlijkheid) stelt SIMDEUM realistische verbruikspatronen op, die bij elkaar opgeteld over langere perioden de afname van een drinkwaterpompstation opleveren. Tot nu toe werd juist omgekeerd gerekend, namelijk door het verbruikspatroon van een pompstation te verdelen over de verschillende onderdelen van een netwerk. De resultaten daarvan kloppen wel voor de grotere leidingen in het transportnet, maar minder goed voor de kleinere leidingen in het distributienet. Ze zijn in ieder geval niet goed genoeg om de gecompliceerde processen van waterkwaliteitsveranderingen te simuleren. Met SIMDEUM kan dat wel.

 Waterkwaliteit
Met de verbruikspatronen die SIMDEUM genereert, kan ook goed worden voorspeld welke veranderingen optreden in de waterkwaliteit als gevolg van de verblijftijden en snelheden in het leidingnet. Waterbedrijven maken op hun zuiveringslocaties water van een zeer hoge en stabiele kwaliteit, dat vervolgens begint aan de reis naar de klant, door het leidingnet. In dat leidingnet verandert de kwaliteit onder invloed van de verblijftijd, het contact met verschillende leidingmaterialen en temperaturen en als gevolg van de hydraulische omstandigheden. Een voorbeeld daarvan is het ontstaan van bruin water. Elk jaar bellen 3000 tot 6000 Nederlandse klanten hun waterbedrijf om hierover te klagen. Bruin water ontstaat als gevolg van een gecompliceerd samenspel tussen diverse zeer kleine deeltjes in het water en de stroomsnelheid in de leidingen. Kort samengevat zullen deeltjes bij lage snelheden in de leiding achterblijven en ophopen, terwijl bij kortstondige hoge snelheden de opgehoopte deeltjes kunnen opwervelen en het water verkleuren. Dit fenomeen speelt zich voornamelijk af in de kleinere distributieleidingen waarop de klanten rechtstreeks aangesloten zijn. De snelheden in die leidingen kunnen nogal variëren: 's nachts staat het water nagenoeg stil, maar 's ochtends zorgt de douchepiek voor een forse toename. Met gedetailleerde modellen en SIMDEUM-verbruikspatronen kan het gedrag van de deeltjes beter en vooral sneller worden bestudeerd. Op den duur is het mogelijk te voorspellen waar de grootste risico's voor de waterkwaliteit optreden en dus waar maatregelen het meest efficiënt zijn.

Besparing in utiliteitsbouw
SIMDEUM is ook toepasbaar gemaakt voor utiliteitsgebouwen als hotels, kantoren en verzorgingshuizen. Op basis van SIMDEUM-studies zijn de Nederlandse ontwerpregels voor binneninstallaties voor dergelijke gebouwen herzien. De vorige regels waren in de afgelopen eeuw bepaald op basis van een intensieve en dure meetcampagne. De nieuwe regels zijn bepaald op basis van analyses van binneninstallaties, het gedrag van de gebruikers en de functies van de gebouwen. Een belangrijk bijkomende voordeel is dat nu ook bekend is hoeveel warm of koud water nodig is; iedere toepassing is immers meegenomen. Met deze gegevens kunnen warmwaterinstallaties veel beter, goedkoper en energiezuiniger worden ontworpen en is bovendien het risico op groei van Legionella in de installatie beter te beheersen.

Achtergrondinformatie
E.J.M. Blokker, J.H.G. Vreeburg & J.C. van Dijk – Simulating Residential Water Demand with a stochastic End-Use Model, Journal of Water Resources Planning and Management, jan/feb 2010, pp. 19-26.